Bijlmer Pioniers: Peter Dauztenberg

Paradijsvogels en telo [1976 – heden]

In Bijlmer Pioniers leest u de verhalen van de mensen die zich op een bijzondere wijze, in de Bijlmergeschiedenis, hebben ingezet voor de gemeenschap en de opbouw van dit stadsdeel.

Het echtpaar Dautzenberg kon in de jaren ‘70 geen huis vinden in het centrum, maar vonden al snel een woning in de flat Koningshoef om vervolgens in de G-buurt hun geluk te vinden. Peter vond al snel zijn draai als barkeeper van café de Nachtegaal en als architect heeft hij aan de voet gestaan van het bekende Kwakoegebouw, kinderopvang Topido, basisschool de Brink, jongerencentrum Reigersbos en is hij werkzaam als interieurarchitect van het stadsdeelkantoor. Nu gaat hij door het leven als voorzitter van de stichting Bijlmermuseum en ontving hij de Tai-ati speld, uitgereikt door de voormalige stadsdeelvoorzitter, mevrouw Elvira Sweet.

Hoe was de sfeer toentertijd in de Bijlmer?
‘‘Het was een bijzondere sfeer met veel paradijsvogels, mensen die nergens anders terecht konden. Mensen zoals wij uit het centrum, maar ook homo- en lesbostellen, studenten uit het hele land, landgenoten uit overzeese gebiedsdelen. Zeker niet burgerlijk en dat vonden wij erg prettig.’’

Waar liep u tegen aan tijdens het pionieren in de Bijlmer?
‘‘Het was een woonwijk met erg weinig voorzieningen en ontmoetingsplekken zoals bijvoorbeeld horeca, cafés en restaurants.’’

Een mooie anekdote uit uw tijd als pionier?
‘‘Als mensen van diverse windstreken elkaar willen leren kennen, moeten ze elkaar wel ergens kunnen ontmoeten. Die ongedwongen ontmoetingen wilde en wil ik altijd graag faciliteren. Daarom hebben wij met de toenmalige bewoners zelf in Grubbehoeve een café, een restaurant, een vrouwenhuis, een kinderopvang en een filmzaal gebouwd. Ik heb nog een mooie anekdote van zo een ongedwongen ontmoeting uit die tijd: ik zocht een café en vond onder de garage van Grubbehoeve/Grunder, café de Bolletrie. Ik liep er op een vrijdagavond naar binnen, het was erg donker en er werd gedanst op jaren ‘70 soulmuziek. Ik liep naar de bar en iedereen deinsde achteruit. Er werd iemand naar voren geduwd in mijn richting. Bob (ik zie hem nog steeds) zei: ‘mag ik iets vragen? Bent u van de politie?’ Ik zei: ‘nee, ik kom een biertje drinken.’ Iedereen barstte in lachten uit en daarna keerde de rust weer terug. Ik ben er nog erg vaak geweest en ik kon altijd nog laat eten: heerlijke telo met bakkeljauw bij oom Neetje, die later helaas naar Guyana vertrokken is.”

Wat is het verschil tussen de Bijlmer van toen en nu?
‘‘Het is allemaal erg netjes en geregeld geworden. Er worden nu veel ‘gewone’ huizen gebouwd voor ‘gewone’ mensen. De Bijlmer is minder speciaal aan het worden en neigt meer naar middle of the road. Wel zijn er veel voorzieningen en ontmoetingsplekken bijgekomen en heel belangrijk: we hoeven niet meer naar het centrum.’’

Wat is de magische formule van het stadsdeel Zuidoost?
‘‘Voor mij is dat de Afro-Caraïbische mix en een gemoedelijke samenleving in de E-G buurt waar ik al 43 jaar leef.’’

Door Drs. MA, Graziëlla Hunsel Rivero

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *