Bijlmer Pioniers: Theo Islam

Theo Islam: ‘‘Sport als kracht van de G-buurt.’’ [1970 – 2017]

In Bijlmer Pioniers leest u de verhalen van de mensen die zich op een bijzondere wijze, in de Bijlmergeschiedenis, hebben ingezet voor de gemeenschap en de opbouw van dit stadsdeel. Deze maand vertelt Jessica Islam over haar bijzondere vader.

Theo Islam, mijn vader, de gangmaker
“Mijn vader, Theo Islam, was een sportieve sterke man met wie je ontzettend kon lachen. Had enorm veel humor en maakte heel veel grappen. Hij was heel sociaal en wilde altijd met mensen werken. Hij hield van koken en was de gangmaker op alle feestjes. Hij was een leuke, lieve, grappige speelse vader voor zijn kinderen en hield heel veel van Jazz.”

Geen plaats in Amsterdam-Oost
“Mijn ouders wilden in de jaren ‘70 heel graag in Amsterdam-Oost wonen, want ze hadden daar een mooi huis op het oog dat ze wilden kopen. Bij hun eerste gesprek met de makelaar werd het al snel duidelijk dat de makelaar geen huizen aan zwarte mensen wilde verkopen. Dat was een hele grote teleurstelling voor mijn ouders. Zij besloten zich toen op te geven voor een flat in de Bijlmer. Een wijk die toen nog in aanbouw was. In 1970 kregen zij een woning toegewezen in de flat Grubbehoeve in Ganzenhoef.”

Alles zelf uitvinden
“In 1975 werd Suriname onafhankelijk van Nederland en dat maakte dat er veel Surinamers in de Bijlmer een woning kregen toegewezen. Mijn vertelde mij dat er een hele gezellige sfeer heerste in de tijd. In deze zelfde periode kreeg hij een baan, als jeugdwerker, bij de Beheersraad die zich onder de flat Grunder bevond. Het was pionierswerk, alles moest vanaf nul worden opgezet. De mensen moesten samen hun kennis gebruiken om de jongeren op weg te helpen. Het was begeleiden en opvangen van jongeren die hun weg moesten vinden in de nieuwe omgeving: de Nederlandse samenleving. Mijn vader vond dit zeer belangrijk. Hij begon met het organiseren van buitenschoolse activiteiten waar hij heel veel sportelementen integreerde. Er was helemaal geen beleid voor de Bijlmer. Iedereen was aan het pionieren en alles werd praktisch opgezet. Er waren weinig financiële middelen om te pioniers en hun projecten op weg te helpen.’’

Trots
‘‘De activiteiten van mijn vader breidde zich uit en hij werd beheerder van de sporthal in Ganzenhoef. Het was een mooi complex waar de muziekschool, het theater, de balletschool en alle populaire Kasekofeesten uit de Bijlmer plaatsvonden. Inmiddels werkte hij voor stichting Intrum beheer en gaf hij fitness aan de buurtbewoners, sportte hij met de kids van kindercentrum Topido, organiseerde hij voetbal, volleybal en basketbaltoernooien op straat en in de sporthal voor de tieners.’’

‘’Hij vertelde ons weleens dat er regelmatig materialen gestolen werden uit de sporthal door de jeugd en dat vond hij zo erg. Het duurde even, maar op een gegeven moment won hij het vertrouwen van de jeugd en werd hij ook door hen geholpen bij het opzetten van sportactiviteiten voor de buurt. Als deze jongeren meer hulp nodig hadden dan het babbeltje tijdens de sportactiviteiten dan ging hij ook regelmatig op bezoek bij de ouders van deze tieners om het opvoedkundige gesprek aan te gaan. Hij kreeg erkenning, omdat onderwijsinstelling hem ook vonden en vroegen of de jongeren die bij hem sportten ook stage bij hem mochten lopen. Sommigen van deze tieners hebben hierdoor hetzelfde vak geleerd en daar was hij zeer trots op.’’

‘‘Helaas is hij in 2017 overleden, maar hij heeft zijn dochters, kleindochter, familie en vrienden achtergelaten met verhalen over zijn mooie beginjaren in de Bijlmer.’’

Meer Bijlmer Pioniers lezen? Volg Bijlmer Pioniers op Facebook via BijlmerPioniersbyZOGraceRecords.

Dochters Jessica en Nachette Islam en kleindochter Ruhi.

 

Door Drs. MA, Graziëlla Hunsel Rivero

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *