Parels van Zuidoost: Fatima El Chouijakh, De Dankbare

Bijna een jaar lang schrijf ik maandelijks deze column en ik begin patronen te zien. Liefde blijkt een goede reden om naar Zuidoost te komen. De man die Fatima’s familie om haar hand vroeg, woonde in dit stadsdeel en nu woont zij al 27 jaar hier. Soms overweegt zij bij familie elders te gaan wonen, maar haar kinderen van 14, 18 en 21 jaar oud, peinzen er niet over.

Ik kom er bijna niet tussen wanneer zij spreekt, alsof ze eindelijk gehoord wordt en de kans niet voorbij wil laten gaan om haar hart te luchten.

‘‘Alhamdullilah, dat spreek ik elke ochtend uit wanneer ik wakker word en besef dat ik er nog ben. Alhamdullilah betekent dankbaarheid en tovert een glimlach op mijn gezicht, ook al weet ik dat het leven niet altijd eerlijk is. Mijn Marokkaanse zonen worden steevast aangehouden wanneer zij mijn auto lenen en vanwege zijn naam heeft mijn zoon heel veel moeite moeten doen bij sollicitaties. Niet agressief zijn, leer ik hen. Mijn dochter is nu een puber, als kleine meid wilde ze net zo donker zijn als haar beste vriendin uit Ghana. Dat heeft Zuidoost ons gegeven, die brede kijk op het leven. Ik heb Ghanese en Surinaamse buren, we lenen kruiden van elkaar, weten elkaar te vinden als er iets is. Ik ken nu gerechten waar ik voorheen nooit van gehoord had. Zelfs de witte mensen van Zuidoost zijn anders dan die uit bijvoorbeeld het boerendorp Bilthoven waar ik ben opgegroeid. Ze deinzen niet terug voor mijn verschijning. In Zuidoost heeft iedereen weleens discriminatie ervaren. We delen de verhalen en gaan verder met ons leven. Zuidoost zit mijn kinderen in het bloed en laat mij niet los’’, vertelt Fatima aan mij.

Fatima werkt bij het Bijlmer Parktheater op de financiële afdeling. Daarvoor zat ze in de beveiliging van Waardetransporten en bij de Fiscale Inlichting en Opsporingsdienst (FIOD). Ze gaf Zumbalessen en Taibo. Vier jaar geleden kwam zij met een hoofddoek naar het werk. Voor haar collega’s bleef ze dezelfde Fatima. Dat gold niet voor de buitenwereld. ‘‘Plotseling ben ik onzichtbaar, want mensen kijken me niet meer aan. Vroeger kreeg ik nog weleens complimenten over mijn uiterlijk, maar nu besta ik niet voor hen en praten ze op een vreemde toon tegen me. Ze herhalen alles alsof ik een analfabeet ben totdat ik mijn mond open doe. Ik woon hier al vanaf mijn zesde en heb een goede opleiding genoten. Heel langzaam ben ik naar de religie toegegroeid, vooral na het overlijden van mijn vader in 2007. In de golven van het leven heb je vooral bij eb steunpilaren nodig. Dat heb ik gevonden in mijn godsdienst. Ik ga nooit naar de moskee, want dat heb ik niet nodig. Geloof zit in je hart. Het heeft lang geduurd voordat ik voor een hoofddoek koos, want het mocht geen bevlieging zijn. Het moest goed voelen en bij me passen. Niemand heeft mij het ooit opgelegd. Mijn geloof beschermt me tegen de negativiteit om mij heen. Ik word er vrolijker en gelukkiger van.’’

 

Ernestine Comvalius

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *