Ivette Forster

Ivette Forster: ‘’Een groot compliment dat mensen rondom Kwaku plannen.’’

Ivette Forster is directrice van het Kwaku Summer Festival. Samen met haar zakenpartners is zij sinds 2013 verantwoordelijk voor de organisatie van het festival. Ik spreek haar net buiten het gebouw van Vereniging Ons Suriname, alwaar haar kantoor is gevestigd.

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: wat is het bestaansrecht van het Kwaku Summer Festival?

‘‘Het festival bestaat al heel lang. Het is natuurlijk anders geworden, het is vernieuwd. Maar de behoefte kan je zien aan het hoge aantal bezoekers. Elk jaar lopen er 166.000 bezoekers door de poorten van het festival. Als die behoefte er niet was dan zouden al deze mensen niet komen. Een festival als Kwaku heb je nergens in Nederland. Er zijn uiteraard verschillende festivals, maar er is buiten Suriname geen enkel festival dat zo groot is en als basis de Surinaamse cultuur hanteert. De muziek, het eten en de mensen zijn voor een groot deel Surinaams. Tegelijkertijd staat het festival al jaren open voor andere invloeden die je veel in de Bijlmer ziet. Doordat we een open cultuur hebben is het festival meer divers geworden, maar het hart is en zal altijd Surinaams blijven. Ook de mensen die niet onze origine hebben komen voor de cultuur en de sfeer. Onze gezelligheid en de relaxte sfeer kom je gewoonweg nergens anders tegen.’’

We zien de afgelopen jaren dat het festival zich op bepaalde dagen richt op specifieke doelgroepen zoals de Molukse dag en Roze Zaterdag. Wat kunnen we de komende jaren nog meer verwachten?

‘‘De initiatieven komen doorgaans vanuit de groepen zelf. Maikel Haman kwam met het idee om op Kwaku meer aandacht te besteden aan de LHBT-gemeenschap. Ook met de Molukse dag hebben we intensief samen gewerkt met de mannen van Rhythm of Maluku. De aanloop en interesse vanuit de Molukse gemeenschap was overweldigend. Het liep storm. Ook hier bleek dus weer een grote behoefte te zijn, die we via het festival hebben kunnen vervullen. Zo zijn we nu in gesprek om nadrukkelijker aandacht te gaan besteden aan de Antilliaanse gemeenschap. Die heeft van oudsher natuurlijk ook raakvlakken met de Surinaamse. Als dat een groot succes is zullen we het uiteraard vaker terug laten komen. We hebben overwogen om meer met debatten te doen, maar daar is het festival helaas niet geschikt voor. Dit komt hoofdzakelijk door het geluid en het in en uitlopen van mensen, waardoor het bijzonder lastig wordt om de aandacht bij een debat te houden. Wel zouden we meer kunnen doen met kunstenaars en vooral beeldende kunst. Dat zouden we kunnen verspreiden over het hele terrein, waardoor het meteen een openlucht tentoonstelling wordt. De ontwikkeling hiervan is op dit moment nog gaande.’’

 Altijd interessant: wat zijn de binnenkomende geldstromen voor de organisatie van het festival?
‘‘Het belangrijkste is het publiek, het entreegeld. Daarnaast hebben we inkomsten via de huur die de standhouders betalen. We hebben een kleine subsidie via het Evenementenfonds. Het is een marginaal deel van het totale budget. Het entreegeld is aan het begin van het festival het goedkoopst. Elk weekend gaat het één euro omhoog. Dit doen we om de bezoekersaantallen te spreiden en om te voorkomen dat men massaal wacht tot het laatste weekend. Goede muzikale acts zijn er alle weekenden en niet alleen in het laatste weekend. Met het binnenkomende geld hebben we voor een professionalisering van het evenement gezorgd. Er zijn meer en betere acts, er zijn verschillende podia, er is continu beveiliging, er zijn meer sanitaire voorzieningen, er wordt beter toezicht gehouden op de voedselveiligheid, de bezoekersstromen richting het Nelson Mandelapark wordt in betere banen geleid, er is meer gedaan aan de marketing en uitstraling van het Kwaku Summer Festival. Er gebeuren zoveel dingen waar de meeste bezoekers zich niet bewust van zijn. En dit gebeurt allemaal voor een relatief klein bedrag in vergelijking met andere festivals. Bijkomend voordeel is dat we niet afhankelijk zijn van één subsidieverstrekker die allerlei eisen stelt. De invulling van het festival ligt volledig bij de directie van de organisatie.’’

Het gebeurt in vele culturen, dus ook in de Surinaamse, om kritiek te hebben op mensen en organisaties die succesvol zijn. In de afgelopen jaren zal je vast veel gehoord hebben. Welke kritiek vind je terecht en welke kritiek is onnodig?
‘‘Dat bewoners klagen over parkeeroverlast kan ik me heel goed voorstellen. We proberen bezoekers dan ook zoveel mogelijk met het openbaar vervoer te laten komen. Toch zullen er altijd te weinig parkeerplekken zijn in het weekend. Er komen mensen van ver buiten de stad en ook zij willen zo dicht mogelijk bij het terrein hun auto kwijt. Natuurlijk gaat dat niet altijd samen met bewoners die het in de weekenden even drukker zien worden voor hun deur. Tegelijkertijd is het Kwaku Festival ook historisch erfgoed van de Bijlmer en in die vier weekenden van het jaar is dit lastig te vermijden. Wij doen er wel alles aan om de overlast zoveel mogelijk te beperken.’’

‘‘Waar ik me niet in kan vinden is de kritiek van een klein aantal mensen die zeggen dat ze Kwaku niet meer terug herkennen. Dat vind ik onzin. Ja, er zijn dingen veranderd en professioneler geworden. Het zou juist zorgwekkend zijn als zo een groot en bekend festival als Kwaku niet in staat was zichzelf te verbeteren en verder te ontwikkelen. Er zijn nog steeds tenten en standhouders die appelleren aan het gevoel van vroeger. Maar je kan niet verwachten dat wat je oma dertig jaar geleden leuk vond, ook door de jonge bezoekers in 2019 leuk wordt gevonden. Dat betekent dat de programmering dus meer verscheidenheid toelaat. Zo is er voor ieder wat wils. Daarnaast werken we samen met een organisatie als ISG, die de beveiliging verzorgt en Marjorie Da Cunha die al het kassapersoneel regelt. Voor en achter de schermen komt 95 procent van de mensen die werkzaam in de bedrijfsvoering uit de Bijlmer, waardoor we de werkgeleenheid ook lokaal houden. Dit vinden wij als organisatie uitermate belangrijk. Mensen hoeven ons daar niet voor te bedanken, maar ik vind het wel belangrijk dat men zich hier ook bewust van is naast de kritiek die geleverd wordt.’’

Even een persoonlijke vraag: Wat zijn jouw 3 favoriete aspecten aan Kwaku?
‘‘Allereerst de diversiteit. Ik zie een oma met haar kind én kleinkind naar Kwaku komen en ze hebben alle drie een goede tijd. Sommige dingen kunnen ze samen doen, maar een ieder kan ook zijn of haar eigen weg kiezen en zich nog steeds de hele dag vermaken. Verder vind ik het een groot compliment dat mensen uit Suriname plannen rondom Kwaku. Als je toch al naar Nederland komt, dan weet je dat je op Kwaku gegarandeerd bekenden zal tegen komen die je anders niet zou zien. Tenslotte vind ik het fijn dat we ook een plek voor jongeren hebben  kunnen creëren. Bij Da Block zie je het beste van de Urban Sound in Nederland.’’

Wil je nog iets kwijt aan de Bijlmer & Meer lezer?
‘‘Nou, als mensen kritiek hebben stel dan de vraag aan mij. Nu lezen mensen verhalen die vaak verzonnen zijn op Facebook en dan winden ze zich op over iets dat compleet uit de duim gezogen is. Ik ben gerust bereid om uitleg te geven en waar nodig en mogelijk mee te denken over enige aanpassingen. Schroom niet. De deur staat altijd open!’’

Door Ian van der Kooye

Geplaatst in Bijlmer nieuws.