Janice Babel: topsporter Atletiek op de 100 en 200 m

Na schooltijd ging Janice Babel voetballen, zij hield namelijk van rennen. In 2003 start Janice, toen 10 jaartjes jong, met atletiek. Samen met onder andere Akwasi Frimpong en Madiea Ghafoor trainde zij onder leiding van Sammy Monsels op de atletiekbaan in Kraaiennest. Zij trainde 7 dagen in de week. Janice: “In de Bijlmer trainde ik met leeftijdgenoten, we spraken dezelfde taal”. Op een gegeven moment begon de puberteit en wil je toch wel eens wat anders doen dan trainen. Maar Janice werd door de trainer gebeld om te vragen waar ze bleef en uit respect voor de trainer, ging ze toch trainen. ‘’Het groepsgevoel, samen pijn, samen stuk, is voor mij belangrijk.’’

Vitamine D is zó belangrijk
In 2007 vertrekt Janice samen met Solomon Bockarie voor twee maanden naar Afrika. In Afrika traint zij elke dag in de hitte, ‘’het was afzien en zwaar’’. Janice merkte echter dat zij geen blessures kreeg, haar spieren warmden goed op door de hitte, en dezelfde hitte hielp haar om ook sneller te zijn. “Ga trainen in de zon! Vitamine D is zó belangrijk. Het heeft mij een boost gegeven. Als ik de zon op zoek, dan kan ik 100% van mijn capaciteit loslaten op de baan. Ik heb een sterkere basis”.

Atletiek is meer dan alleen rennen
Na jaren in Zuidoost getraind te hebben ging Janice naar Phanos Amsterdam, de grootste Amsterdamse Atletiekclub in het Olympisch Stadion. ‘’Trainen was anders en leerzaam. Bij Phanos leerde ik bijvoorbeeld over bekkeninstabiliteit, een aandoening waarbij er instabiliteit in de gewrichten rondom de bekken bestaat. En ik leerde ook dat je als sporter een verplichte rustdag moet nemen. Ik kwam erachter dat atletiek meer dan alleen rennen is, het is ook uitdagen en intimideren.’’

‘’Op een gegeven moment werd het trainen serieuzer. Mijn doel was om hoger te komen in het atletiekniveau.’’ En dat gebeurde ook, Janice werd sneller, kwam op hoger niveau en werd uitgenodigd door de bond. Vriendinnen vielen af en zij bleef alleen achter. “Ik moest bijhouden wat ik at en mijn hartslag in de ochtend meten. Het was voor mij een hele switch.”

Welk advies wil je meegeven?
‘’Doe je mee aan een wedstrijd in het buitenland? Eet het liefste dat wat je gewend bent te eten, bijvoorbeeld noodles of pindakaas. Je lichaam raakt daardoor niet van slag. Neem gewoon je eten mee van huis!’’

Janice Babel, Athlete
Janice Babel

 

Geef een reactie